Bij stuwcomplex Amerongen vervangt hoofdaannemer Siemens bij stuwcomplex Amerongen deze zomer de noordelijke vizierschuif, de eerste in dit renovatieproject. Voorafgaand aan dit werk baggert onderaannemer de Vries & van de Wiel de rivierbodem uit, om daar vervolgens een laag stenen te storten als bodembescherming, een reuze grindpad. Dirk Jan Kiljan van Rijkswaterstaat en Teus Stam van Siemens, beiden als technisch manager betrokken bij dit werk, vertellen over het hoe en waarom.

Waarom nodig?

Kiljan: ‘Voordat we de noordelijke vizierschuif demonteren, plaatsen we een tijdelijk keermiddel. Deze statische constructie kan niet omhoog, wat normaal gesproken bij hoogwater wel gebeurt met de vizierschuiven. Dat betekent dat er van de twee ‘poorten’ bij Amerongen nog maar één overblijft om water door te laten in geval van hogere waterstanden.’
Stam: ‘Omdat al het rivierwater dan door die ene opening moet, gaat het water sneller stromen. Het risico bestaat dan dat delen van de rivierbodem wegspoelen, waardoor de stuw instabiel kan worden. Met deze laag stenen, een soort reuze grindpad dat we nu als bodembescherming aanbrengen, voorkomen we dat. En als het nodig is, kunnen we ook nog water door het tijdelijk keermiddel laten via schotten die daarin zitten.’

Eerste werkzaamheden

Stam: ‘Beneden- en bovenstrooms van de stuw halen we ongeveer 50.000 kubieke meter zand weg. Daarmee maken we vakken vrij waar een laag stenen in kan.
Kiljan: ‘De uitgebaggerde vakken zijn zo’n anderhalve halve meter diep en sluiten aan op de stuwvloer, die onder de vizierschuiven ligt op de bodem van de rivier. In totaal gaat het om ongeveer de oppervlakte van drie voetbalvelden aan zand die we weg halen. Als we de rivierbodem niet eerst uitdiepen voordat we stenen storten, dan zou de rivier op de plek waar we nu stenen storten, hoger komen te liggen. Hierdoor kan de rivier te ondiep worden voor scheepvaart. Bovendien mag je alleen bodembescherming aanbrengen als dat geen belemmering vormt voor de doorstroming van het water’. Anders gezegd: rivieren moeten overal voldoende breed en diep zijn om bij hoogwater het water goed af te kunnen voeren. ‘Vandaar dat we de stenen verdiept leggen, zodat er geen ‘drempel’ in de rivierbodem ontstaat’, zegt Kiljan.

Bodembescherming

Stam: ‘Na het baggeren plaatsen we op de bodem van de uitgebaggerde vakken grote matten van waterdoorlatend textiel met daarop een rooster van gebonden wilgentakken. Deze zogenaamde wiepen houden de mat drijvend en vormvast tijdens het transport en het afzinken. Daarnaast houden ze de stenen mooi op hun plek. Daarna brengen we op de matten een laag stenen van ongeveer een halve meter aan. Deze stenen hebben een gemiddelde doorsnede van 30 centimeter en wegen tussen de 10 en 60 kilo.’

Grootste uitdaging

Stam: ‘De waterstand zelf is de grootste uitdaging waarmee we te maken hebben, want die is even veranderlijk als het weer. Bij een hoge waterstand moeten de vizierschuiven gedeeltelijk of helemaal open. Siemens monitort daarom voortdurend de waterstanden stroomopwaarts. In overleg met Rijkswaterstaat hebben we ook instructies opgesteld. Daarin staat bij welke waterstanden welke maatregelen nodig zijn en vanaf welke waterstand we niet meer mogen werken. In de planning is voldoende marge ingebouwd om het werk op tijd af te ronden voordat we beginnen met de vervanging van de vizierschuif.’

Omgeving

Kiljan: ‘De omgeving merkt nauwelijks iets van het aanbrengen van de bodembescherming. De werkzaamheden vinden in het stuwkanaal plaats en dan voornamelijk onder water. Vanaf de kant is wel te zien hoe het gebaggerde sediment in bakken afgevoerd wordt. Misschien kun je een glimp opvangen van de wiepen en stenen die de aannemer vanaf een schip het water in brengt. Door de werkzaamheden kan het zijn dat scheepvaart bij hogere waterstanden, dus als de vizierschuiven geopend zijn, alsnog via de sluis moet passeren.

Foto: Holland_Driel