Zo’n 130 jaar geleden waren we de auto nog volop aan het uitvinden. Vandaag zijn we op weg naar een intelligent transportsysteem waarbinnen auto’s zichzelf kunnen besturen. Een fascinerend vooruitzicht, maar hoe lang duurt het nog voor het zover is? En welke drempels moeten we nog overwinnen?

Allereerst moeten we technisch onfeilbare besturingssystemen bouwen, of op z’n minst bereiken dat technische storingen de betrouwbaarheid van zelfrijdende auto’s niet in gevaar brengen. Een collega probeerde onlangs een nieuwe app uit om zijn agenda te beheren. Op donderdag maakte zijn smartphone hem fijntjes attent op een afspraak die een dag eerder had moeten plaatsvinden. Gelukkig ging het slechts om een kappersafspraak, al zal de kapper niet blij geweest zijn dat zijn klant niet kwam opdagen. Maar wat zou er gebeuren als dergelijke ‘slimme’ snufjes onderdeel uitmaken van onze zelfrijdende auto? Als de auto even verstrooid is, zeg maar.

Veiligheid

Een op een zolderkamer ontwikkelde app is natuurlijk geen vergelijk met de intelligente systemen waaraan automotive-technologen momenteel werken. Het voorbeeld illustreert wel dat ook techniek kan falen. Zelfrijdende auto’s kunnen alleen worden toegelaten als hun besturingssystemen betrouwbaar zijn. Daarop wijst Marieke Martens, hoogleraar aan het Centre for Transport studies van de Universiteit Twente. ‘Wat we neerzetten, moet technisch goed zijn, want het gaat om onze veiligheid. Je kunt mensen niet lastigvallen met systemen die prima werken, maar niet altijd.’

Gedrag

Volgens Martens wordt te gemakkelijk gesproken over dé zelfrijdende auto, alsof die al zou bestaan. Getuige de hype die ontstond toen Google zijn ‘zelfrijdende’ auto introduceerde. In werkelijkheid zitten we in een overgangsfase waarin slimme auto’s een deel van de bestuurderstaak kunnen overnemen. Juist daar zit ‘m de crux: zolang computers het voertuig niet volledig zelf kunnen besturen, blijft de mens aan zet. Maar zijn we in staat om bij de overgang van automatisch naar handmatig rijden de controle weer over te nemen? Als je de cruise control aanhebt en je let even niet op, kun je met volle snelheid achterop een file rijden. En bent u ook al eens verdwaald omdat uw navigatiesysteem u ‘in de steek’ liet? Dan heeft u zelf ervaren hoe technologie ons gedrag beïnvloedt. Veel mensen vertrouwen zo zeer op hun navigatiesysteem dat ze niet meer letten op de borden boven de snelweg. Op het moment dat de navigatie uitvalt, zijn ze het spoor bijster.

Mens voor ogen

Met dergelijke boeiende fenomenen houdt hoogleraar Martens zich bezig. Ze doet onderzoek naar de samenwerking tussen mens en technologie. Technologie voor zelfrijdende auto’s moet volgens Martens ‘met de mens voor ogen’ worden ontwikkeld. ‘We hebben systemen nodig die kunnen inschatten of mensen in staat zijn in een noodsituatie de bestuurderstaak weer over te nemen. Daarnaast moet technologie logisch en eenvoudig te bedienen zijn. Als mensen de computer in hun auto niet begrijpen of niet vertrouwen, kunnen gevaarlijke situaties ontstaan.’ Laat het terugdringen van ongevallen nou net een van de redenen zijn waarom we intelligente transportsystemen ontwikkelen. Technologie kan het verkeer veiliger maken door menselijke tekortkomingen te overwinnen. Autobestuurders worden wel eens moe achter het stuur, zijn afgeleid en kunnen simpelweg niet overal tegelijk aandacht aan besteden. Een zelfrijdende auto heeft in principe geen last van deze problemen. Hij zou dus de veiligste oplossing kunnen zijn.

Treintjes

Technologen werken hard aan ‘coöperatieve systemen’ waarmee voertuigen met elkaar en de wegkant kunnen communiceren. In de ideale coöperatieve wereld rijden we in treintjes op de snelweg. We rijden dicht op elkaar, terwijl onze auto’s ervoor zorgen dat we niet op elkaar botsen. Een veilige oplossing, waarmee we ook de wegcapaciteit beter kunnen benutten en brandstof kunnen besparen. Dit werkt alleen als alle auto’s, ongeacht het merk, met elkaar en de wegkant kunnen praten. Ook andere weggebruikers, bijvoorbeeld motoren, moeten zich kunnen mengen in dit ‘debat’. En dat is nog een echt toekomstscenario. ‘De komende decennia blijven we een mix houden van slimme en normale voertuigen’, verwacht Martens.

Vrijheid

Los van de technologie ziet Martens nog andere uitdagingen. Denk aan juridische aspecten: wie is aansprakelijk als een zelfrijdende auto een ongeval veroorzaakt? Onze rijdende computers mogen bovendien niet gehackt kunnen worden. Tot slot is het de vraag onder welke omstandigheden we de auto wel en niet zelfstandig willen laten rijden. Voor de meeste mensen staat hun rijbewijs symbool voor de vrijheid om te gaan en staan waar ze willen. Wat blijft over van dit gevoel als men in een zelfrijdende auto door de binnenstad rijdt? In het gekrioel van fietsers en voetgangers zou de auto de veilige optie kiezen en minder hard gaan rijden. In hartje Amsterdam zou hij nagenoeg stilstaan. Het vraag is of we dat willen. Juist daarom, zegt Martens, ziet de automobielindustrie automatische functies nog steeds als een optie. ‘Men wil mensen niets opleggen. Het moet een keuze zijn. Auto’s waarin men niet meer zelf kan rijen, zouden voorlopig niet verkopen.’