Technologische ontwikkelingen lopen doorgaans voor de wetgeving uit. Op het vlak van intelligent transportmanagement moeten hanteerbare spelregels worden gezocht waarmee alle betrokken partijen vooruit kunnen.

Wouter van Haaften houdt zich vanuit een juridische achtergrond bezig met het snijvlak tussen beleid en wetgeving enerzijds en de uitvoering en ICT anderzijds. Hij is betrokken bij een juridische tafel die zich buigt over een juridisch kader voor Coöperatieve Intelligente Transport Systemen (C-ITS). Overheden, bedrijfsleven en wetenschappers bekijken samen hoe de wet rond privacy, aansprakelijkheid en datazeggenschap aansluit bij de huidige ontwikkelingen op het vlak van ITS. Binnenkort gaan juristen en techneuten twee dagen lang oplossingen zoeken voor gesignaleerde knelpunten en risico’s op het snijvlak van dataprotectie en technische toepassingen.

‘Wetgeving kan moeilijk regelen op wat er technisch nog niet is.’

Privacy en security

Er ligt een veelheid aan vragen op tafel, aangezien wetgeving per definitie achterloopt op de technologische ontwikkeling. Immers: Wetgeving kan moeilijk regelen op wat er technisch nog niet is. Aan de andere kant ligt bepaalde wetgeving ook internationaal vast. Als voorbeeld noemt Van Haaften de bescherming van persoonsgegevens in Europa. Beschermen systemen voor draadloos verkeersmanagement de weggebruiker voldoende tegen hackers, trackers en identiteitsdieven? En maak je de overheid niet tot Big Brother wanneer auto’s zelf gaan melden waar ze zich bevinden? ‘Voor deze dataprotectievraagstukken bestaat Europese wetgeving’, aldus Van Haaften. ‘Je kunt wel een nieuw type auto verzinnen, maar daarmee verandert de wetgeving niet. Hier moeten we de technologische ontwikkelingen laten passen binnen het bestaande wettelijk kader. Voor de verwerking van gegevens die over personen gaan of tot personen herleidbaar zijn, is een wettelijke grondslag nodig.’

‘Het kan zijn dat de technologie van morgen de juridische knelpunten van vandaag oplost.’

Wisselwerking

Nederland profileert zich als koploper op ITS-vlak. Ons land wordt hierin niet belemmerd door bijvoorbeeld een eigen auto-industrie die in deze ontwikkeling een zwaarwegend producentenbelang heeft. Pionieren met technologie betekent echter ook dat je op enig moment tegen het wettelijk kader aanloopt. Het technisch en juridisch traject moeten volgens Van Haaften parallel een elkaar verlopen. ‘Je kunt moeilijk een pilot stoppen tot je er juridisch uitbent. Het kan immers best zijn dat de technologie van morgen de juridische problemen van vandaag oplost. Aan de andere kant zal het inzetten van de techniek binnen bepaalde universele juridische kaders moeten blijven. Daarom moeten recht en technologie samen optrekken: het is een wisselwerking.’

Spookfiles

Van Haaften was in 2014 betrokken bij juridisch onderzoek naar het spookfile-project op de A58. In het ontwerp bleek aanvankelijk geen rekening te zijn gehouden met de bescherming van persoonsgegevens. Een van de argumenten “dat het toch maar om een proef ging” is zowel juridisch als publicitair niet afdoende, volgens Van Haaften. ‘Als in de krant staat dat het A58-project een loopje neemt met de privacy, dan heb je wel degelijk een serieus issue.’

Collectieve waarde

Volgens Van Haaften is het bewustzijn voor privacy de afgelopen tijd bij alle betrokken partijen sterk toegenomen. Hij vindt wel dat er nog veel te winnen is. ‘In zekere zin ziet men het juridisch kader (nog steeds) als een noodzakelijk kwaad. Maar schending van de privacy binnen een proef is net zo goed een schending als buiten een proef om, daarover heeft de Europese privacywaakhond zich inmiddels uitgesproken. Privacy is niet alleen een individuele aangelegenheid, maar een ook collectieve waarde. Het ontbreken ervan gaat ten koste van de persoonlijke vrijheid. Waar privacy ontbreekt, gaan mensen zich vaak anders gedragen. Je krijgt dan een ander soort samenleving. Daarom is het belangrijk om dataprotectie in te bakken in de technologie. Op de A58 betekent dit dat men weggebruikers moet informeren over het feit dat er data-overdacht plaatsvindt tussen hun auto en de wegkant en daarvoor expliciet toestemming moet krijgen.’

‘Privacy is niet alleen een individuele aangelegenheid, maar ook een collectieve waarde.’

Aansprakelijkheid

Een tweede aandachtspunt is aansprakelijkheid. Auto’s nemen steeds meer taken over van de bestuurder. Wordt de bestuurder hierdoor ook minder aansprakelijk als het misgaat? ‘Het gaat daarbij in de praktijk met name om verzekerbaarheid’, aldus Van Haaften. ‘Wat zijn de gevolgen voor de verzekering als een auto allerlei rijtaken zelf uitvoert? Daarnaast moeten we in projecten als de A58 goed kijken naar bijvoorbeeld de snelheidsadviezen die bestuurders in de auto ontvangen. Deze kunnen afwijken van de adviezen die de wegbeheerder op matrixborden boven de weg plaatst. Wat zijn in zo’n geval de gevolgen voor de aansprakelijkheid van de bestuurder, de service provider en de wegbeheerder als er ongevallen gebeuren?’

Universele oplossing

In Europees verband wordt momenteel ook gekeken naar datazeggenschap. Van wie zijn de data die auto’s en wegkantsystemen versturen? Wie kan erover beschikken? Van Haaften verwacht dat het nog enige tijd zal duren voor alle vraagstukken rond privacy, security, aansprakelijkheid en datazeggenschap zijn uitgeklaard. ‘De industrie is op zoek naar een stuk rechtszekerheid. Men wil weten of de dingen die men ontwikkelt de toets van de rechter zullen doorstaan, zónder dat men feitelijk bij de rechter terechtkomt. Het proces van risico’s blootleggen en oplossingen verzinnen is nu ingezet. Uiteindelijk zou dit moeten leiden tot uitkomsten waarmee alle betrokken partijen verder kunnen.’